Naar de Boer.

 

Egel is bij Muisje.

Samen zoeken ze ingrediënten bij elkaar.

Muisje komt erachter dat ze geen boter en geen melk hebben.

Maar Muisje voelt zich niet zo lekker.

Dus kan ze niet op weg naar de boer.

Ze kan niet even melk halen.

En boter.

 

“Weet je, ”zegt Egel.

“Ik loop we even naar de boer.

Ik neem een tas mee en haal de melk.

En de boter.”

 

Zo gezegd, zo gedaan.

Egel gaat op weg naar de boer.

Die woont achter het bos.

Hij heeft een groot weiland waar de koeien lopen.

En de boer heeft ook geitjes.

En kippen.

 

Muisje zoekt voorlopig haar bed op.

Zolang Egel nog niet terug is, kan ze daar uitrusten.

Ze kruipt even warm onder de deken.

En leest een boekje.

Zzzzzzz….

 

Egel is ondertussen alweer onderweg naar Muisjes huisje.

Ze komt vrienden tegen, waar ze een praatje mee maakt.

En ze loopt weer verder.

Met de zware tas aan haar schouder.

Egel beseft, dat ze beter haar rugzak mee had kunnen nemen.

Want ze besloot bij de boer ook wat eieren mee te nemen.

En nu sjouwt ze dus een zware tas mee.

 

Bij Muisje terug gekomen, stapt ze naar binnen.

En ze zet de spullen op het aanrecht in de keuken.

Ze hadden besloten om straks pannenkoeken te bakken.

Met kaas, en stroop.

En met appel, dat is ook lekker.