Botje in de bieb.
Botje heeft gesolliciteerd. Als bibliotheekmedewerker. Hij is de eerste AI-Bot die als bibliotheekmedewerker aan de slag gaat.
Hij krijgt een wagentje, waar hij de boeken op zet en kan registreren als “binnen gekomen” en de boeken dan weg kan zetten.
Hij zet een leuke pet op, om de kleine kindjes een beetje op te vrolijken en hij gaat aan het werk.
Het voordeel van Botje is dat hij geen pauzes nodig heeft. Hij hoeft niet te eten of te drinken en ‘s nachts doet hij de stekker op zijn hoofd en laadt zich op.
De eerste dag gaat hij netjes aan het werk.
Hij ziet boeken op de lange tafels liggen en zet die weer op alfabet in de boekenkasten. Ook in de kinderhoek liggen prentenboeken en die zet hij netjes weg.
Als hij daarmee klaar is, gaat de bieb open en komen er mensen binnen.
De mensen halen hun geleende boeken langs de scanner en zetten die op de plank van binnen komen. En ze gaan op zoek naar andere boeken.
Botje neemt de boeken en gaat op zoek naar de categorieën waar ze thuis horen. Streekromans, detectives, spookverhalen. Van alles en nog wat.
“Botje kan je me helpen? Ik kan een boek niet vinden.”
“Ja hoor zegt Botje.” Hij draait zich om, om te zien wie er tegen hem praat. Het is een klein meisje met een vrolijke rode jurk aan een strikjes in haar haar geknoopt. “ Zeg maar welk boek je zoekt.” Het meisje legt uit dat het een boek is met een draak op de voorkant. De titel van het boek weet ze niet, want lezen lukt nog niet goed.
“Kun je me vertellen welke kleur de draak heeft?” “eeeehhh, weet ik niet.” Want het meisje kent de kleuren nog niet zeggen. Ze wijst een boek aan waar de kleur aan zit, die de draak heeft. Rood. Botje vraagt of er veel platen in het boek staan en het meisje knikt hard.
“Kom maar, dan gaan we samen zoeken.” En ze lopen naar de prentenboeken. Die liggen allemaal door elkaar. Samen stapelen ze de prentenboeken op elkaar en vinden op een gegeven moment het prentenboek wat het meisje kwijt was.
“Zullen we samen lezen?” vraagt Botje? Het meisje knikt en gaat op een stoeltje zitten en Botje gaat zo staan dat het meisje mee kan kijken in het boek.
Samen lezen ze het boek. Een spannend boek met hele mooie platen erin.
Als het boek uit is kijkt Botje weer op. En hij ziet verschillende kinderen om zich heen zitten, die allemaal mee luisteren.
De andere kinderen vragen ook om een speciaal boek en Botje zoekt met iedereen mee. Zo kan elk kind het favoriete boek lezen, die hij wil.
Als alle kinderen geholpen zijn, gaat Botje weer verder met boeken opruimen. Hij had nog een stapeltje op zijn karretje en die wil hij op hun plek gaan zetten.
Maar Botje ziet de boeken niet meer op zijn karretje liggen. Hij kijkt om zich heen en draait zijn hoofd drie keer in de rondte. Veel boeken te zien, maar niet die stapel die hij op zijn kar had gelegd.
Botje snapt er niks van. Hij zoekt bij verschillende categorieën, maar ziet ze niet.
In zijn interne computer kijkt hij of de boeken nog wel in de zaal zouden moeten zijn.
Hij zoekt de hele rij af en vindt de boeken wel in zijn systeem.
Dat is wel heel raar. De boeken zouden in huis moeten zijn, maar hier onvindbaar.
Hij vraagt aan de bibliothecaresse of zij misschien die boeken heeft weggezet. Maar zij zegt, dat ze niet aan die boeken heeft gezeten.
Botje snapt er niks meer van. Hij gaat naar de kast waar de boeken net binnen zijn gekomen en gaat die eerst maar wegzetten. Hij komt bij de kast met spannende verhalen en wil twee boeken daar neerzetten. En hij ziet…. Een hele lege plank. Geen spannende verhalen meer op die plank.
Wat hij wel vindt? De biebkat, die daar ligt te slapen. De poes wordt wakker en zegt dat hij in protest is. Zij laat weten dat ze het er niet mee eens is, dat ze alleen maar ‘s nachts de muizen weg mag jagen. En eist slaapplekjes voor overdag, zodat ze overdag ook een oogje in ’t zeil kan houden.
“En waar heb je dan de boeken gelegd?” vraagt Botje aan poes.
“Dat zeg ik pas als je plekjes om te liggen hebt gemaakt voor mij.” Zegt poes.
Botje gaat in overleg met zijn collega’s.
Kan dat zomaar? Slaapplekjes voor poes maken? Mogen poezen overdag wel in de bieb? En als er mensen zijn die niet tegen poezenharen kunnen? Dan hebben we niezende mensen. Dat wordt wel onrustig.
Na een half uurtje zijn ze eruit. Ze besluiten voor poes slaapplekjes te maken en de mensen die niet tegen poezen kunnen, die krijgen een pilletje tegen het niezen.
“Nou poes, zeg je nu waar de boeken zijn?” vraagt Botje. En poes wijst de weg naar de boeken. Nu kunnen de boeken weer op hun plek en poes kan nu ook in de bieb slapen. Dat is wel gezellig, want de mensen komen naar haar toe om even te aaien en ook om een klein snoepje te geven.
Oh, denkt Botje, “Moeten we nou ook nog een bordje ophangen met NIET VOEREN erop?
Als poes van iedereen een snoepje krijgt, wordt ze een hele dikke poes.