Bingoo

 

Mijn buuv en ik lopen samen op, we gaan naar de soos.

Daar aangekomen vraag ik een kaart en consumptiebonnen.

Ik reken af en loop naar de tafel waar ik normaal bij de groep zit.

Ik vraag vriendelijk of ik plaats mag nemen, zou niet hoeven, want niemand heeft een vast plaats. Maar ik krijg stug te horen: “NEE, want daar zit !!! en daar zit !!! .

Ik sta verbouwereerd. Niemand heeft toch een vaste plaats?

Ik voel dat ik niet gewenst ben aan die tafel en zoek een ander plekje. Waar ik ook wel een paar mensen aan die tafel ken.

Bij de tweede ronde zie ik ineens dat mijn rijtje vol is en roep: “bingoo.” En sta op om mijn kaart te laten nakijken.

 “Zo” denk ik “deze heb ik binnen” en wordt door mijn tafelgenoten blij binnengehaald. Aan deze tafel waren we allemaal blij dat er al een bingo is geweest.

Ik kreeg een gevoel van buitengesloten te worden aan de andere tafel. Ik bepeins dat ik ook niet meer aan die tafel wil zitten de volgende keren.

De middag loopt verder gezellig en we hebben aan het eind van de middag aan onze tafel lekker allemaal een keer bingo gehad.

De kattekop had deze middag geen bingo. Ik dacht: “lekker puh.” Jij niet aardig doen, ook geen bingo.

Dat zeg ik natuurlijk niet hardop. Het voelt erg kinderachtig allemaal.

Maar buitengesloten worden is niet kinderachtig. Dat voelt erg dom. Ook al ben je oud.

Het blijkt dus dat het buitensluiten op alle leeftijden nog steeds speelt.

"Soms lijken mensen, ongeacht hun leeftijd, te vergeten hoe belangrijk het is om een ander welkom te laten voelen."