Herkenning.
Mijn oma werd slechthorend. Ze kreeg hoorapparaten. Wij dachten, dan kan ze weer beter horen. Dan zal praten met haar makkelijker gaan.
Maar oma werd stokdoof. Een van de laatste keren dat ik bij haar was, was gesprek eigenlijk niet meer mogelijk. Ik dacht niet aan opschrijven en de moderne middelen zoals tablet of vertaling op telefoon, dat bestond nog niet. Ook dacht ik niet aan de optie van gebarentaal. Ik dacht, waarom zet je je hoorapparaat niet aan of harder, dan versta je mij. Ik dacht dat de miscommunicatie aan haar lag.
Oma vroeg dan aan opa wat ik dan zei. Als het belangrijk was zei hij het wat harder. Hem verstond ze op de een of andere manier wel. Blijkbaar omdat ze elkaar dagelijks zagen.
Ik zag niet wat een moeite het haar kostte om de gesprekken te volgen.
Eigenlijk, achteraf gezien, had ik veel meer moeite kunnen doen om mezelf verstaanbaar te maken.
Maar dat is achteraf gepraat.
In de jaren nadat oma was overleden, werd mijn ma doof. Ik werd ook slechthorend en ik had besloten lessen te volgen in gebarentaal.
Toen het gehoor van mijn moeder echt ver achteruit ging, kon ik wel met haar nog communiceren, in gebarentaal. En dat werkte redelijk goed.
Zij was net als ik nu, net als oma toen. Stokdoof.
Ik weet nu dat door het ouder worden het spraakverstaan slecht werd. Dat werd bij de laatste test bij de KNO arts mij verteld. Wat ik nu ook weet is dat het spraakverstaan niet goed door hoorapparaten of door de BAHA die ik nu heb te ondervangen is.
Het spraakverstaan blijft een moeilijk item in het horen.
Nu begrijp ik heel goed hoe oma zich moet hebben gevoeld, buitengesloten in gewone dagelijkse gesprekken. Alleen staan. Zelfs niet meer kunnen raden wat er gezegd wordt aan de hand van de woorden die je nog wel verstaat.
Vandaag merkte ik dat ik het contact met mijn zoon.
Hij praat voor mijn doen vrij zacht.
Ik had heb hoi gezegd, hij zegt hoi terug en hij zegt nog wat, maar dat verstond ik niet. Dus ik vraag hem, wat zeg je. Hij kijkt me aan en weigert een tweede keer te zeggen wat hij zei. Op dit moment voelde ik me alleen, buitengesloten. Ik kon geen contact meer maken.
Het voelde overweldigend. Het voelde verdrietig.
Ik merk vaak in het dagelijkse leven dat ik vaak geen antwoord meer kreeg van mensen als ik vroeg, wat zeg je. Mensen draaien zich dan om en gaan verder. En laten me staan.
Ik vraag tegenwoordig maar weinig meer wat zeg je. En zeg vaak ja op iets wat ik niet hoor. Ik wil echt niet lastig zijn, maar is het dan zo lastig om te leren hoe je met een dove kan praten?
Hoe verder ik in mijn leven kom, hoe vaker ik me aan de zijlijn voel staan.
Geen mens wil typen, geen mens wil gebaren leren. Sommige willen dan wel de mic gebruiken als ik het vraag. Maar de meeste gesprekjes zijn onverwachts, daar kan ik niets meer mee.
Dat voelt heel verdrietig.