Wit.

 

In de tuin is het wit.

Op de blaadjes ligt een superdun laagje wit.

Het lijkt alsof de tuin gewassen is.

Het gras is wit en daar steken hele kleine puntjes groen uit.

Muisje kijkt uit haar raam.

 

Muisje heeft een kopje thee vast.

Ze heeft de haard aangestoken.

Het vuur begint een beetje te knetteren.

Als je bij Muisje buiten zou staan,

dan die je een rookpluimpje.

Heel dun pluimpje.

Alsof de grond een beetje dampt.

 

Muisje ziet Egel aan komen lopen.

Egel heeft lichtjes om haar nek gedrapeerd.

Ze ziet er een beetje uit als een kerstboompje.

Egel stapt haar tuintje binnen.

En maakt zo voetstapjes.

Op het wit.

 

Nu is de tuin wit met Egelstappen.

Dat ziet er ook mooi uit.

Egel komt binnen.

“Muisje, ik heb wat lekker en wat moois bij me.”

Egel hangt de lampjes bij de haard.

Nu is Egel geen kerstboom meer.

 

En het lekkers?

Oei, dat zijn wentelteefjes, Muisje.

Dat is Muisjes lievelingseten.

“Lekker, dank je wel Egel.”

“Egel wil jij een kopje thee?”

“Daar warm je goed van op.”

 

Die twee gaan warm bij de haard zitten.

En eten hun wentelteefjes.

En drinken hun thee.

En als ze een beetje wakker zijn.

En een beetje opgewarmd.

 

Gaan ze samen de sneeuw in.

Dit keer niet om een sneeuwpoes te maken hoor.

Maar om de ochtendlucht op te snuiven.

Om verder goed wakker te worden.

En om de buren Mol en kraai en uil,

een gezegende kerst te wensen.

En als ze dat hebben gedaan,

dan gaan ze samen bij Egel thuis kijken.

En Egel is heel ijverig geweest.

Ze heeft haar hele huis versierd.

En slingers opgehangen.

En lampjes.

 

En in de tuin van Egel?

Daar staat een boompje.

Met lichtjes en ballen.

En helemaal onder de sneeuw.

Een wit laagje, die de hele boom en tuin bedekt.

Met voetstapjes erin.

Van Egel en van Muisje.

 

En Muisje en Egel?

Die zitten binnen.

Ze hebben de haard aangestoken.

En chocolademelk gemaakt.