Voetstapjes.

 

Er ligt een heel dun laagje poedersneeuw.

Het is bijna doorschijnend, zo dun.

De stilte in de lucht voel je goed.

Je ruikt de winter in je neus.

Het is fris buiten.

Het dunne laagje sneeuw ligt op het ijs in de sloot.

Een heel dun laagje ijs.

Daar kan je nog niet op staan.

Dat ziet er heel fragiel uit.

 

Bovenop de takjes van de bomen,

ligt ook het dunne laagje sneeuw.

Heel voorzichtig.

Tik je er tegenaan, dan blijft het laagje wel liggen.

Door de vorst is de dunne laag sneeuw vastgevroren aan de takjes.

En in het gras.

 

Op het pad, in die dunne laag sneeuw,

verschijnen voetstapjes.

Kleine voetjes die de dunne laag sneeuw indrukken.

Die kleine voetjes komen van het pad uit het bos.

En die kleine voetstapjes lopen zachtjes naar het hekje.

Het hekje van het huisje van Muisje.

Het hekje gaat open en weer dicht.

 

En op het pad van het huisje van Muisje,

gaan de voetstapjes verder.

Tot aan de deur van het huisje.

Muisje doet de deur open en laat Egel binnen.

“Het is fris buiten Muisje,” zegt Egel.

Samen kijken ze naar buiten.

Kijken ze naar de mooie voetstapjes die op het pad lopen.

Die blijven daar voorlopig even alleen staan,

want Egel en Muisje blijven nu lekker binnen.

Met wat lekkers en een warme beker chocolademelk.

Met slagroom natuurlijk.