Nog meer sneeuw.
Het is nacht en Muisje wordt wakker.
Ze is wakker geworden van een flits.
Een flits?
Wat gebeurt er dan daar buiten?
Nog een flits en donder buiten.
Vlak boven haar hoofd.
Flits en donder vlak na elkaar.
Dat betekent dat het onweer vlak boven haar zit.
Bij de volgende slag zit er wel drie seconden tussen de flits en de donder.
Muisje slaat aan het rekenen.
Elke seconde die tussen de flits en de donder zit is driehonderd meter.
Dus drie keer driehonderd is negenhonderd meter weg.
En bij de volgende slag zit er al vijf seconden tussen.
Gelukkig maar, het onweer drijft alweer verder.
Muisje staat voor het raam en kijkt naar buiten.
Ze heeft een beker warme melk vast.
Ze kon van het onweer niet meer slapen.
Maar het is wel nog midden in de nacht.
Buiten sneeuwt het nog.
Een dag eerder lag er nog maar een heel dun laagje sneeuw.
En nu, valt er nog een hele berg.
In het begin waren het bijna hagelstenen.
Nu gaat het langzaam over in dikke vlokken dwarrelsneeuw.
En het wordt een dikke deken buiten.
Dat is mooi, want dan is de snijdende kou uit de lucht.
Als Muisje haar melk op heeft, probeert ze nog een poosje te slapen.
Diep onder haar lapjesdeken.
Met alleen haar neusje boven het dek uit.
Totdat het licht wordt.
Dan wordt Muisje wakker in een hele witte wereld.
Een dik pak sneeuw.
Muisje kleedt zich warm aan en loopt naar Egel.
En onderweg komt ze voetstappen tegen.
Van mens en vogel.
Dat waren vroege vogels.