Muisje en het sneeuwklokje.

 

Muisje zit in de sneeuw.

Haar sjaal om, dikke jas aan en een muts op.

Muisje wacht af.

Al een paar dagen kijkt ze regelmatig even.

Dan gaat ze in de sneeuw zitten en tuurt in de sneeuw of ze al wat ziet.

Wat ziet? Wat moet ze dan zien?

Nou, wacht maar even. Het komt echt wel.

Het is wel spannend, maar het komt. Ja daar.

Zie je dat? Een heel klein puntje groen, met een tikje wit.

 

Muisje blijft heel stil zitten. Haar adem maakt kleine wolkjes in de koude lucht.
Ze weet: dit moment vraagt geen haast.

Dat kleine puntje is geen toeval. Het is een belofte.
Nog maar net zichtbaar, maar vastbesloten. Groen met een randje wit, precies genoeg om te zeggen: ik ben begonnen.

Muisje glimlacht onder haar sjaal. Ze hoeft niets te doen. Alleen maar wachten en kijken.
De aarde doet de rest. Altijd.
En morgen — of overmorgen — staat het er net iets duidelijker.

Muisje schuift haar pootjes iets dichter tegen zich aan. Ze blijft kijken.
Het puntje beweegt niet — en toch weet ze: er gebeurt van alles daaronder.

De kou knarst nog in de aarde, maar diep vanbinnen is het besluit al genomen.
Dit is geen twijfel. Dit is doorzettingsvermogen.

Even later staat Muisje op. Niet omdat het puntje weg is, maar juist omdat het er is.
Ze laat het alleen. Dat is ook zorg.

Binnen warmt ze zich op, maar haar gedachten blijven buiten, bij dat ene plekje.
En als ze later nog eens kijkt, heel even maar, ziet ze dat het wit ietsje meer wit is geworden.

Muisje knikt.
Ja. Zo gaat dat.