Lichtje.

 

Muisje heeft een schommel achter in de tuin.

De schommel staat bij de schuur.

De kindjes van de termieten, die spelen er graag.

De termieten hebben geleerd, dat ze sommige dingen maar beter niet kunnen eten.

Zoals het hout van de schommel.

Anders kunnen hun kindjes niet meer schommelen.

Muisje komt af en toe kijken bij de schommel.

Ze kijkt hoe de kindjes veel plezier maken.

 

Het was toch wel een goed idee om het gezinnetje hier een plekje te geven.

Ze hebben het er goed naar hun in.

Muisje kijkt in het rond, of er geen gaten in de grond zitten.

Want daar zou iemand dan lelijk over kunnen vallen.

Ze vindt een gat.

Eentje waar een lichtje uit komt.

Een gedachtenlichtje.

 

“Dag lichtje,” zegt Muisje.

En lichtje en Muisje kletsen een poosje.

Muisje vraagt op een gegeven moment of lichtje een ander huisje wil.

En of lichtje zin heeft om bij Muisje te komen wonen.

Dan heeft lichtje het ook niet meer zo koud.

En Muisje kan dan het gat dicht maken.

Dan kan er geen termietenkindje er meer vallen.

 

Dat is een goed idee.

En samen gaan ze naar het huisje van Muisje.

Lichtje krijgt een plekje op de tafel.

Daar kan ze schijnen zoveel ze wil.

En het huisje van Muisje licht dan ook een beetje op.

Wat een gezelligheid zo.